Opiumwet

De Opiumwet verbiedt het bezit van bepaalde middelen die staan vermeld op lijst I en II van die wet. Ook verboden is het vervaardigen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van die middelen.  Het gebruik van Opiumwet-middelen voor medische en wetenschappelijke doeleinden mag wel. Een arts of apotheker moet dan allerlei administratieve handelingen verrichten om het gebruik te verantwoorden.

Lijst I van de Opiumwet: harddrugs

Deze lijst omvat middelen die volgens de overheid een onaanvaardbaar groot risico met zich meebrengen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD en XTC, zware pijnstillers en Ritalin.

Lijst II van de Opiumwet: softdrugs

Deze lijst omvat middelen die volgens de overheid een minder groot risico met zich meebrengen dan de middelen op lijst I. Voorbeelden zijn cannabisproducten, slaap- en kalmeringsmiddelen.

Wijzigingen

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft in 2011 verschillende wijzigingen in de Opiumwet aangekondigd. Zo staat GHB sinds mei 2012 op lijst I van de Opiumwet. Ook cannabis met een THC-gehalte van 15% of meer wil de Minister van lijst II naar lijst I verplaatsen. Deze cannabis wordt daarmee dan gezien als harddrug. Daarnaast wil de Minister de plant qat op lijst II van de Opiumwet te plaatsen. Wanneer de wetswijzigingen ten aanzien van qat en 'sterke' cannabis daadwerkelijk van kracht zullen worden, is nog onbekend.

Wist je dat?

De Opiumwet straks onderscheid maakt tussen cannabis met een THC-gehalte van meer of minder dan 15%.